Scheurvorming
Krimp. De legspecie of dekvloer kan krimpen, terwijl tegels vanzelfsprekend niet mee krimpen. De verhardingskrimp ontstaat na aanbrengen, terwijl de droging krimp nog maanden en zelfs jaren na aanbrengen kan optreden.
Kruip. De vervormingen van de draagvloer nemen ook bij gelijkblijvende belastingen na verloop van de tijd toe. De andere lagen in het vloerpakket moeten deze vervormingen volgen. Deze vervorming heeft spanningen in en tussen de lagen tot gevolg. Opwarming en afkoeling kan lokale temperatuurverschillen veroorzaken, met thermische spanningen tot gevolg. In het algemeen wordt voor vloeren aangenomen dat bezonning en vorst voor een maximaal temperatuurverschil van 80ºC kunnen zorgen, gemeten over het gehele jaar.
Verschillen in materiaaleigenschappen.
Door verschillen in materiaaleigenschappen reageren de materialen waaruit de vloer is opgebouwd anders op veranderingen in temperatuur en vochtigheid. Zo is de thermische uitzettingscoëfficiënt van sommige soorten natuursteen slechts half zo groot als die van beton. De draagvloer met aansluitende constructies, zoals wanden en kolomen, kan vervormingen aan de afwerklagen of juist vrije vervormingen belemmeren. Denk bijvoorbeeld aan het doorbuigen, zetten, krimpen en kruipen van de draagvloer.